Anders Chandigarh

Anders
Als er een etiket op Chandigarh past is het wel “anders”. De stad die een paar honderd kilometer noordwestelijk van Delhi ligt, is eigenlijk heel gewoontjes. Een doorsnee westerse stad. Heerlijk. Weinig bedelaars, nauwelijks smog, amper getoeter, geen koeien, varkens en buffalo’s op straat. Geen afval, geen stank, geen pislucht. Groen, veel groen. Geen ongeorganiseerde huizenbouw. Nette rechte straten, nette rechte huizenblokken, woonwijken met eengezinswoningen en een ruime tuin. What happened to the chaos of urban India?

Le Corbusier
Met de Scheiding verloor de Punjab haar hoofdstad Lahore aan Pakistan. Tegelijkertijd kwamen miljoenen mensen de grens over gevlucht, op zoek naar een veilig heenkomen. India’s eerste premier Nehru en zijn regering besloten een nieuwe stad te bouwen om beide problemen in een klap op te lossen.

Nehru wilde geen gewone stad, maar een met een voortrekkers rol: “Let this be a new city symbolic of the freedom of India, unfettered by the traditions of the past.” Bij gebrek aan architecten in eigen land nodigde de regering in 1949 de Amerikaan Mayer uit de taak op zich te nemen.

Img_4553

Mayer’s inspiratie kwam van Garden City Movement, die in tegenstelling tot de industriële boomtowns van die tijd, steden wilde bouwen die zelfvoorzienend waren en vooral veel groen boden aan haar inwoners. Mayer riep de hulp in van specialisten, waaronder zijn landgenoot Nowicki, waarmee hij het masterplan voor Chandigarh ontwikkelde. De kern van hun plan bestond uit “Superblocks”, wijken omgeven door wegen, rivieren en voorzien van parklandschap. In lijn met de traditie van tuinsteden vermeden ze zoveel mogelijk het geometrisch schaakbord patroon en schiepen een wereld van romantisch gebogen lijnen.

Maar het noodslot beschikte anders. Toen Nowicki in 1950 bij een vliegtuig ongeluk om het leven kwam, meende Mayer zonder Nowicki de enorme klus niet te kunnen klaren. Exit Mayer, entree Le Curbusier. Hij borduurde verder op Mayer’s ideeën, maar voerde de nodige veranderingen door. De pittoreske Superblocks vormde hij om tot meer rigide sectoren, die allemaal dezelfde afmeting hadden: woonwijken van 800 bij 1200 meter. Maar de essentie van de woonwijken liet hij in stand. Sectoren bleven een zelfvoorzienende eenheid vormen, met wonen, werken, winkels, scholen en recreatie in hun groene harten. Binnen de sectoren slechts kleine straten voor lokaal vervoer. Alleen tussen de sectoren verschenen lange, brede lanen die voor een goede doorstroming van het verkeer in de stad moesten zorgen.

Moderniteiten
Vijf dagen zal ik doorbrengen in Chandigarh, zo geniet ik van de rust en het weldadige groen. ’s Morgens wandel ik onder de winkelgalerijen van sector 22 naar 37. Sjieke hotels worden afgewisseld met kleine elektronica zaakjes, waar de modernste snufjes te krijgen zijn. Rbk (Reebok voor de ouderen onder ons) naast een traditionele sari winkel. Moderne binnenhuis prullaria naast een pinautomaat, die bewaakt wordt door een nog slapende Sikh met machine geweer.

Sector 37 telt vele cafés en restaurants. Als je McDonald, KFC en Pizzahut tenminste restaurants mag noemen. Costa is mijn favoriete café. De cappuccino in Coffee Day is de helft goedkoper, maar smaakt dan ook als thee met melk. Costa heeft bovendien fantastische Blueberry muffins die warm worden opgediend. Desgewenst met ijs en chocolade saus. De kranten hangen iedere ochtend weer netjes in het rek. Costa is ideaal.

Img_6220

En hip. Suresh heeft dezelfde gewoonte om de dag te beginnen met een goed bakkie. Hij werkt een eindje verderop in het hotel van zijn vader. “Family business,” noemt hij het liever. Suresh is het toonbeeld van een moderne Indiër. De jongeman heeft zijn opleiding hotel management in London genoten, stage gelopen in New York en Rome, draagt jeans, modern gekapt haar, en leren schoenen met de neus ietwat omhoog. “Italian design,” zegt hij trots glunderend. We praten over de komende verkiezingen, die hem geen barst interesseren, zijn Europese reizen, en de economische crisis. Het laatste onderwerp baart hem veel zorgen. De horeca krijgt harde klappen te voorduren.

De eerste dag dat ik hem ontmoette lag een dik pak papier voor hem op de kleine tafel. Het is zijn bellijst voor die dag. Andere hotels, die hij moet zien te interesseren voor deelname aan een nieuwe hotel-reservering-website. Ideetje van pa. “Won’t work, but what can I do? He is still the boss.” Suresh telt de dagen af totdat hij de zaak mag overnemen.

It’s rubbish. But it is art
Chandigar is meer dan Mayer en Le Corbusier. Het is ook een van de weinige voorbeelden waar moderne kunst een kans heeft gekregen een Indiase stad te verfraaien.

De Rotstuin is het levenswerk van Nek Chand Saini, een oud spoorwegmedewerker. Hij ontdekte per ongeluk zowel de creatieve mogelijkheden van afval als zijn artistieke kant. Het gebeurde gewoon. De Observer vatte het ooit zo samen: “It’s rubbish. But it is art.”

Img_4711

Nek Chand’s rotstuin is meer rots dan tuin. De rotsen raken me niet zo. Het is zoals in China. De grillige vormen vertellen een verhaal, maar ik spreek de taal niet. Sommige muren zijn verrassend, omdat ze niet van steen zijn, maar van restafval. Vooral stekkerdozen lijken Nek’s interesse te hebben getrokken.

Wat de tuin tot een van India’s hoogtepunten maakt zijn de beelden. Eenvoudig en sterk figuratief. Doordat ze meestal in groepen staan, wordt het effect dat ze oproepen versterkt. Honderden ogen kijken me aan. Sommige vrolijk, andere somber of melancholiek, een enkeling hartverscheurend. Veel van de beelden zijn versierd met scherven van borden en bekers. Anderen opgebouwd uit gebroken bangels, Indiaas kleurrijke armbanden.

Img_6505

Het meest recente deel van de tuin biedt een geheel andere aanblik. Grote kleurrijke mozaïeken spatten van de muren. Ze zijn een lust voor het oog en tonen een opgewekt en vrolijk karakter. Als je dichter op de afbeeldingen kruipt, blijken het vooral muur- en badkamertegels te zijn. Op een weidse plein staan beelden van witte paarden bovenop een slingerende muur van hoge bogen. En onder de bogen hangen lange schommels. Kunst met een knipoog.

Img_6453

Villawijken
De woonwijken rond de Rotstuin vormen het domein van de rijken. Hier wonen de upper middleclass en de nieuwe rijken. De villa’s afgegrensd met hoge muren en imposante hekken. Tuinen die eerder thuishoren in de betere Amerikaanse voorsteden. Dit is Beverly Hills of India.

Maar er wonen vreemd genoeg geen filmsterren. Het zijn meest advocaten, rechters en hoge leger officieren. De rijkdom van de laatste twee groepen is op z’n zachts gezegd opmerkelijk.

Img_6325

Fiere strijders op leeftijd
Anderhalf uur buiten Chandigarh ligt Anandpur Sahib. De dag na Holi begint daar een van de belangrijkste feesten van de Sikhs, Hola Mohalla.

Hola is de mannelijke vorm van het vrouwlijke Holi. Het woord “Mohalla” stamt uit het Arabisch en betekent zoveel als militaire optocht. En dat is tevens de essentie van het feest: het biedt de Sikhs een gelegenheid hun vechtkunsten te tonen in schijngevechten, een traditie die terug gaat tot Guru Gobind Singh in 1701.

Img_4993

De vechters zijn geen doorsnee Sikhs, maar Nihang (korkodil). Nihangs vormde de zelfmoord commando’s in de legers van de Moghul keizers. De grote mannen droegen blauwe uniformen, en waren gevreesd door vriend en vijand, omdat ze grote moed toonden en de dood niet vreesden.

Anadpur Sahib, het centrum van de Nihang orde, is bezaaid met witte tempels. De drukte is enorm, maar valt voor Indiase begrippen mee. Geen complete chaos, wel lange rijen gelovigen wachtend op hun beurt de tempels binnen te betreden. Buiten is het markt en kermis. Reuzenrad, suikerspinnen, jonge meisjes op het slappe koord.

Img_5431

In en rond de tempels tref ik veel exotisch uitgedoste kerels. Een paradijs voor (ontbrekende) fotografen. En de slachtoffers willen maar al te graag op de foto. Er zijn momenten dat ik nee moet verkopen. Het nadeel van de ijdeltuiterij is dat ze van iedere foto-gelegenheid het liefst een statieportret willen maken. De zon staat hoog aan het hemel, het licht hard en overweldigend. Wit marmer lijkt de favoriete bouwsteen van Sikh tempels. De weerkaatsing doet de eerste serie foto’s van die ochtend mislukken.

Het lukt me met veel pijn en moeite een paar groepen verklede bejaarden uit de menigte te halen en tegen een rode tempelmuur te zetten. Maar wat ik ook zeg of doe, ze blijven als verstijfde lijken in de houding staan en weigeren iedere aansporing om naar elkaar te kijken, te lachen of te bewegen op te volgen. Pff, dan maar een paar foto’s Indian style. De heren kijken kritisch naar het resultaat achterop de camera. Daarbij zijn ze vooral gefocussed op hun eigen beeld. Hangt de snor goed, is het zwaard zichtbaar, geen kreukels in het uniform? Gelukkig kunnen de statieportretten hun goedkeuring wegdragen. Ik begin me de weerstand te beseffen die Rembrandt moet hebben ondergaan toen hij de Nachtwacht opstelde.

Het zou de dag na Holi de eerste dag van het driedaagse festival moeten zijn. Maar het blijkt de laatste dag te zijn. “Nihangs don’t like to be told when to celebrate their festivals,” legt een Britse sikh uit. Mijn geluk, want de laatste dag biedt de grote parade. “It supposed to begin around 4 pm, but could easily start at noon or 6. Just watch the men in blue.” Een prima advies, want tegen tweeën zie ik de Nihangs, een eigenzinnige sekte binnen de sikh gemeenschap, en masse richting het stadium trekken. Suresh, mijn chauffeur en gids, spurt weg om de wagen te halen.

Img_5513

Het zal hem niet lukken, want de parade blokkeert de weg. Kleine, pittige paarden stuiven wild over het wegdek. De berijders zwaaien gevaarlijk met kromme zwaarden. Groepen blauwe mannen paraderen met vaandels, speren, sabels en geweren. Kinderen gooien zakjes gekleurde poeder uit over de toeschouwers. Zelfs politieagenten moeten eraan geloven. Hun bruine uniformen tonen al snel alle kleuren van de regenboog. Tot groot genoegen van de breed grijnzende Nihangs.

In het stadium is de gebruikelijke VIP-tribune met tuinstoelen, gescheiden van de betonnen zit- en staanplaatsen voor het plebs. Onder opzichtig vertoon van de camera met telelens kom ik onbelemmerd het veld op. Daar drentelen tientallen paarden nerveus in de rondte en doden twee olifanten de tijd met een concert van trompetgeschal. De krijgers met hun blauwe tulbanden en middeleeuwse wapens stormen niet veel later in groepjes het veld op. Het publiek juicht de vechtersbazen toe, terwijl de VIP’s worden verveeld met langdradige toespraken door andere VIP’s.

Img_5946

De zwaardgevechten waar ik op gehoopt had, zijn op onnavolgbare wijze uit het programma verdwenen. Daarvoor in de plaats hebben de Nihangs paardenraces ingelast. Niet twee paarden tegen elkaar, maar paard tegen mens. De berijder zet onverwacht zijn hakken in de flanken van het dier en stuift recht op de menigte af. Terwijl hij met zijn speer een baal hooi probeert te prikken, boort het paard zich een weg door de mensenmassa. Meest men-in-blue, maar ook een aantal fotografen … Pamplona tafrelen.

De helden worden door het publiek met gejuich binnengehaald. Na de eerste ronde, begint het betere werk. Eén man op twee paarden. Het gaat allemaal goed, totdat het fout gaat. Eerst dendert een berijder van de galopperende paarden, waarop de dieren de bocht uit vliegen en over een man met reuze tulban struikelen. De paarden zijn ongedeerd, maar de mannen worden als gevallen gladiatoren van het veld gedragen. Gevallen in de strijd, een eervolle zaak. Zoiets mag de pret niet drukken en het feest gaat verder.

Img_6069

Een uurtje later besluiten de Nihangs dat het mooi is geweest, verlaten opeens het terrein en vertrekken terug naar huis. De meeste met vrachtauto’s die afgeladen zijn met families Anderen op platte aanhangwagens achter hun tractoren.

Waar zijn de sloppen?
Chandigarh mag een modern ogende stad zijn, dat betekent niet dat al haar inwoners bulken van het geld. De galerijen waar ik ‘s morgens onderdoor loop richting Costa Coffee, tellen een fors aantal oneigenlijke bewoners, meest fiets-rickshaw-rijders. Ze slapen voor de winkels op hun dunne dekens of rieten matjes.

’s Avonds verzamelen anderen zich op de groenstroken langs de doorgaande wegen. Vrouwen met kinderen, oudere mannen en dronkelappen. Ze warmen zich rond de kleine kampvuurtjes. Ik zie geen enkele vorm van behuizing en vraag me al dagen af waar de sloppenwijken zijn.

Img_6572

Pas bij vertrek naar Jaipur zal ik daar achter komen. De sleeper bus staat geparkeerd op een weilandje aan de rand van stad. Kleine kinderen spelen tikkertje, de ouderen cricket. Aan de andere kant van de weg staan de eerste sloppen. Opgetrokken uit hout en zinken platen. Buiten een pomp waar de vrouwen de was doen. De wijk, die aan geen van de kenmerken van een Le Corbusier’s Sector voldoet, strekt zich eindeloos uit.

Terug naar India
Na vijf dagen “anders” is het welletjes. De bus brengt me terug naar Jaipur. Terug naar de zwaan-kleef-aan bedelaars, de astmatisch lucht, het zinloos toeterde verkeer, de snurkend varkens die door het straatafval wroeten, de stank van pis en rottende vis, de chaotisch kronkelende straten met half afgebouwde huizen, de woonbunkers en sloppenwijken zonder enig sprietje groen. Kortom, terug naar India.

Tijd voor vakantie
Mijn werk zit erop. Vrijwel alle plaatsen die ik op mijn lijstje stonden, heb ik bezocht. Door de schrijnende armoede en onveilige situatie in Bihar heb ik het platteland daar laten liggen. Sanchi, Savrasti, Darjeeling en Ayodya zijn erbij ingeschoten, omdat ze te ver uit de route lagen. En Mumbai omdat ik Mirjam niet de stuipen op het lijf wilde jagen. Van de tientallen verhalen die ik had voorbereid, bleek de helft gebakken lucht. Ik kon het spoor niet vinden, het verhaal klopte niet, de situatie was gewijzigd of de mensen die ik zocht bleken onvindbaar. Maar het grootste obstakel is en blijft de taal.

Reizen, schrijven en foto’s bewerken is opnieuw teveel van het goede gebleken. Veel verhalen zijn er bij ingeschoten. Zelfs het blog heb ik meermaals verwaarloosd om nog tijd over te houden om adem te halen. Het is te hopen dat de verhalen er de komende weken en maanden alsnog uitrollen.

Dank voor jullie commentaren en opbeurde woorden. Over een maandje ben ik terug in Nederland. Eerst nog een paar weken vakantie met Mirjam. In India of course, where else?

Img_4311

Hoppende hippies in Rishikesh

Hippie trail
Halverwege de jaren zestig ontstond de hippie trail: the road to paradise. Jongens en meisjes, vaak net van school, trokken via Turkije, Iran, Afghanistan en Pakistan over land naar India en Nepal. Met als eindbestemming Goa of Kathmandu. Op zoek naar spirituele verlichting, goedkope hasjiesj en vooral ontsnapping uit de kleinburgerlijke maatschappij van hun ouders.

Beatles
Het was de tijd van de Beatles en Rolling Stones. De Stones waren in 1967 in Marrakesh geweest. Exotisch Marokko. Dus gingen de Beatles naar India!? Nou ja, dus……

Op de set van de film Help! (1965) was George Harrison gefascineerd geraakt van de sitar. Hij vloog naar India om les te nemen van Ravi Shankar. In India kwam George’s vrouw Patti in aanraking met de Maharishi.

Img_4100

De Beatles waren op het hoogtepunt van hun roem. Sex, drugs and rock’n roll eisden hun tol. Ze waren uitgeput. De Maharishi hield hen voor dat ze door meditatie dezelfde staat van verrukking konden bereiken als met drugs.

Toen Brian Epstein, de band-manager, hun mentor en beste vriend, overleed aan een overdosis, besloten ze een tijdje vrij te nemen, de batterijen op te laden en bij de Maharishi in de leer te gaan. In Lennon’s woorden: "get away from everything".

Op 16 februari 1968 vertrokken George en Jonh Lennon, vier dagen later gevolgd door Ringo Star en Paul McCartney. De Beatles waren in het gezelschap van hun echtgenotes, actrice Mia Ferrow, Donovan en Beach Boy Mike Love.

Img_4137_2 Ze woonden in eenvoudige hutjes en aten met andere studenten in de eetzaal. Behalve Ringo, die zich met moeite had laten overtuigen voor dit avontuur. Hij had kratten vol bonen en eieren meegenomen om het Indiase eten te omzeilen. Maar het mocht niet baten. De Stars mistten hun kinderen, Ringo kreeg snel genoeg van zijn eenzijdige dieet en Maureen kreeg angstaanvallen van de vele vliegen. Na tien dagen pakten ze hun koffers en keerden terug naar huis.

Tijdens de cursus had het huwelijk van John en Cynthia zijn dieptepunt bereikt. In het geniep liep John dagelijks naar het postkantoor in Rishikesh om brieven van Yoko Ono op te pikken.

Hoewel de training van transcendentale meditatie lange meditatie sessies vereisten, kroop het bloed waar het niet gaan kon. John en Paul schreven song na song en kwamen ’s middags heimelijk bijeen om ze door te nemen.

Na acht weken kwam er abrupt een einde aan het liedje. Magic Alex (Yanni Alexis Mardas, platenbaas van Apple Electronics) beschuldigde de Maharishi seksuele avances te hebben gemaakt richting een Amerikaanse studente. John en George geloofden Alex meteen en besloten te vertrekken. Later zijn de nodige twijfels gerezen over de beschuldiging van Alex, die ingegeven zouden zijn om de invloed van de Maharishi op de Beatles te beknotten.

Sexy Sadie
Nog in Rishikesh schreef Lennon de song "Maharishi" dat de tekst "Maharishi/You little twat" bevatte. De titel veranderde in de uiteindelijke versie naar "Sexy Sadie" en de tekst werd ietwat gekuist.

Sexy Sadie what have you done.
You made a fool of everyone.
Sexy Sadie ooh what have you done.
Sexy Sadie you broke the rules.

(…)

Sexy Sadie
However big you think you are

Later dat jaar namen de Fab Four het album The Beatles op, beter bekend als White Album, waarvan de meeste nummers in Rishikesh waren ontstaan.

De beelden van de Beatles, met gekruiste benen zittend naast de Maharishi met zijn lange witte baard, waren natuurlijk de hele wereld over gegaan. Als de trendsetters zorgen ze een enorme vlucht in de belangstelling voor meditatie en oosterse mystiek. India was “cool” en Rishikesh werd een bedevaartsoord.

De Hippie trail groeide uit tot een vierbaans snelweg. Begin jaren zeventig kwamen wekelijks tienduizend jongelui India binnen en in 1973 meldde een bezorgd Franse overheid dat 250.000 van haar jeugdige burgers op het subcontinent verbleven.

Img_4202

Lonely Planet
De crux van de hippie trail was zo goedkoop mogelijk te reizen om zo lang mogelijk van huis te blijven. Liftend, met bussen (Magic Bus) of met een groep in een oude Volkswagen busje. Een breuk met de tot dan toe gangbare Victoriaanse Grand Tour langs de culturele hoogtepunten van de Europese geschiedenis: Romeinse ruines, Franse kastelen, grootse kathedralen en rijkgevulde musea.

Een van de hippie trailers waren Tony en Maureen Wheeler die in 1973 met $1400 op zak in een oude Austin minivan vanuit Londen richting India trokken. Ze verkochten hun auto in Afghanistan en gingen verder met lokale bussen, treinen en vrachtauto’s. Door Pakistan, Kashmir, India, Nepal, Thailand, Maleisië, Indonesië om tenslotte negen maanden later met 27 cent op zak in Sydney aan te komen.

Omdat er geen reisgidsen bestonden over de hippie trail schreven ze er zelf een: de 94-pagina’s tellende “Across Asia on the Cheap”. Kort voor de eerste druk, realiseerde het stel dat ze een naam nodig hadden voor hun bedrijf. Maureen: "We were sitting at the table trying to come up with a name, and none of them seemed right. Tony was singing a Joe Cocker song and kept getting the words wrong. I finally told him, 'For God's sake, Tony, it's lovely planet, not lonely planet.' Then we both said, 'That's it! Lonely Planet!'"

In 2007 verkochten de Wheelers Lonely Planet aan de BBC Worldwide. Aldus de oprichters: “Om meer tijd te hebben om te kunnen reizen.”

Img_3905

Rishikesh
Tegenwoordig trekt bijna niemand meer over land naar India. De burgeroorlog in Afghanistan en de “problemen” in Iran en Pakistan doen de meeste nu besluiten het vliegtuig naar Delhi of Mumbai te nemen. Maar wat gebleven is, is een bezoek aan Rishikesh. Nog altijd een hangout voor jongelui uit het Westen en landen als Israël, Rusland en de Oekraïne.

Sommige blijven er net zolang hangen als hun visum toelaat. Nauwelijks te onderscheiden van de vele sadhoes en bedelaars die langs de oever van de Ganges hun dagen slijten met weinig meer dan bedelen en hangen. Zonder vodden, rasta kapsel en onverzorgde baard hoor je er niet bij.

De meeste komen echter voor niet meer dan een paar weken: de hoppende hippies. En een beetje moderne hippie mijdt de hotels en zoekt accommodatie in een van de vele ashrams. Na aankomst in Rishikesh duiken ze direct een van de vele boetiekjes binnen en laten zich een passende outfit aanmeten. Dat betekent steevast een pofbroek met het kruis op de knieën, een hip hoofddoekje, en goedkope Indiase slippers. En voor de meisjes natuurlijk nog wat accessoires: zilveren enkelbandjes, gekleurde armbanden, henna op handen en armen, en Pashmina sjaals tegen de kou. Ze sibben koffie met gebak in de German Bakery, hangen aan de waterpijp in het Moonlight Cafe, en volgen tussendoor een van de vele (veel te dure) spirituele spoedcursussen.

Het aanbod is overweldigend. “Yoga en meditatie therapie. Intensieve cursussen. Spirituele zoekers welkom,” staat op een van reclameborden. Bliss Yoga biedt cursussen “Kundalini, Tantra en Astang yoga alsmede transcendentale meditatie.”

Img_4181

Drie deuren verder kun je je bij het Baham Centre bekwamen in Reiki reflexologie en accupressuur. In het Green hotel geven ze Zen, Tai Chi en Chikung, en het Ki-Research & Training Instituut biedt Tarot en 49 andere opleidingen in “Wellness & Meditation.” En dan ben ik nog de cursussen hatha yoga, ayurveda, astrologie, en handleeskunde vergeten, die zo ongeveer iedere inwoner van Rishikesh lijkt te geven.De Parmarth Nikitan ashram vomt de grootste trekpleister. Bij zonsop- en ondergang wordt daar een prachtige arati gehouden met tabla, harmonium en dwarsfluit muziek, gezang en vooral ritueel. Net als in Varanasi wordt Moeder Ganga geëerd met vuur en bloemen. De meisjes gaan helemaal uit hun dak.

Na de puja trekt de hedendaagse hippie naar een van de vele restaurants met Israëlisch, Mexicaanse, Italiaanse en Chinese gerechten op de menukaart. Falaffel, taco’s, chowmein, fusilli putanesca en pizza Hawaï niemand kijkt er van op. En natuurlijk crêpes toe.

Onderweg naar de restaurants komen de puja-gangers onvermijdelijk de bedelaars tegen, die zich, gekleed in het uniform en bijpassende opmaak van sadhoes, strategisch langs de route hebben opgesteld. Schaamteloos vragen ze om een bijdrage in de kosten van hun gestegen levensonderhoud. Wie een foto wil maken, mag eerst afrekenen bij de kassa.

Img_4101

Schreven John en Paul nog liedjes in hun schaarse vrije tijd, de hippies van vandaag brengen een groot deel van hun avond door in het internetcafé. Maar je hoort er niet echt bij totdat je met een rubberboot, helm en zwemvest een wilde tocht “white water rafting” hebt gedaan.

Rishikesh is old en new age tegelijkertijd. Het is India zoals we dat graag in het westen zien: exotisch en een tikkeltje vreemd. Maar met de geneugten voor de hippe reiziger van deze tijd. Met de rest van India heeft het weinig te maken. Net zo weinig als de Beatles met de Maharishi hadden. “But who cares, man! Chill out.”

McLeod Ganj

McLeod Ganj, beter bekend als Dharmsala, heeft zijn faam natuurlijk de danken aan de Dalai Lama, die daar met zijn regering in ballingschap leeft. Eerlijk gezegd had ik geen flauw idee waarom ik naar McLeod was gegaan. De Dalai Lama ontmoeten is zo goed als uitgesloten voor eenvoudige stervelingen, het dorp is niet veel groter dan Vijfhuizen en biedt weinig attracties, en Tibetaantje gluren had ik al voldoende gedaan in Bodh Gaya.

Tja, en toch gegaan. Een oude droom. Volgens sommigen moet je dromen dromen laten. Waarschijnlijk is dat meer angst dan wijsheid. M’n hele leven jaag ik al dromen na. Nooit een seconde spijt van gehad. Zelfs niet als het luchtballonnen bleken.

Img_3155

In McLeod was inderdaad niets te beleven. Losar, het Tibetaanse Nieuwjaar, werd uit stil protest tegen de hernieuwde onderdrukking door de Chinezen, niet gevierd. Een paar monniken waren in hongerstaking gegaan. De Dalai Lama verbleef in het buitenland.

Het penthouse van Kareri Lodge bood een ruime kamer met zithoek en groots balkon met uitzicht op de residentie van Zijne Heiligheid. Een vreemde aanduiding voor de man die niets liever dan een gewone monnik wil zijn. In een filmhuis keek ik die avond naar een documentaire waarin hij tot tweemaal toe lachend vaststelde geen “God-King” te zijn. Hetgeen hem overigens alleen maar interessanter maakt.

Img_3236

Voor mij is de Dalai Lama altijd een leraar geweest. Eentje, waaraan je steeds weer kunt merken dat hij de zeldzame eigenschap bezit te leven naar zijn eigen woorden. Een enorme inspiratie. Beetje als Nelson Mandela. Misschien is dat het wel waarom ik zonodig naar Dharmsala moest; om de man te eren voor wat hij voor mij heeft betekent.

Die zelfde avond keek ik naar nog een andere documentaire. Over de vlucht Tibetanen uit hun eigen land. De barre tocht door de sneeuw en over gletsjers, het gevecht tegen de kou en sneeuwblindheid. Eenmaal de Himalaya over moeten de vluchtelingen de Nepalese politie zien te ontlopen, totdat ze zich hebben gemeld bij het vluchtelingenkamp in Kathmandu. De politie heeft instructie alle illegale Tibetanen terug te sturen naar Chinees Tibet. En als ze de status van vluchteling krijgen, gaat de reis verder naar McLeod Ganj. Daar wacht hen een audiëntie met hun vorst en geestelijk leider. Die hen oproept terug te keren naar Tibet, om het volk en de cultuur van de ondergang te redden. De meeste slaan het advies in de lucht en proberen een nieuw bestaan op te bouwen in India. Hoe erg moet de onderdrukking zijn dat ieder jaar, tot op de dag vandaag, duizenden Tibetanen deze reis over de hoogste kreukelzone ter aarde maken?

Img_3398

Het doet mij besluiten een bescheiden bergtocht te maken. Naar Triund, een plateau onder het machtige Dhauladhar massief, dat boven Dharmsala torent. Een suf soort solidariteit. Vijf uur bergop tot 2800 meter is echt teveel voor mijn benen en vooral mijn longen. De lucht is merkbaar lichter en de ademnood navenant groter. Eenmaal boven ben ik blij als een kind met de overwinning op mijn naargeestige gedachten: “red ik nooit, dom, dom, dom, ga terug, kap er mee,” en meer van die stimulerende impulsen.

Img_3363

Het plateau is niet veel meer dan een alpenweide groot. Ondernemende types hebben er een paar cafeetjes gebouwd, die dagelijks door een colonne pony’s worden bevoorraad. De weergoden waren mij die dag gunstig gestemd. Wolken, die niet alleen de ergste warmte weghielden, maar vooral fantastische luchten schilderden.

Img_3328

Weinig volk op Triund. Een paar Koreaanse meiden, twee Tibetaanse jongens en een gemengd Brits-Indiaas stel. De Tibetanen waren modern gekleed en wilde alles weten over Europa: muziek, disco’s, mp3-spelers, telefoons, eten, drankjes …  echte trendwatchers en niet bepaald ons stereotype Tibetaan. Ondanks dat ze beide nog geen twee jaar geleden de tocht over de Himalaya hadden gemaakt. Iets waar ze niet graag over wilde praten.

Img_3390

De weg omlaag naar basecamp McLeod was een veel grotere ontbering dan de tocht omhoog. Twee uur lang stond ik continu op de beenrem. De losliggende stenen een beproeving voor mijn kleine hersens. Het bleek een stuk vermoeiender dan de zwaartekracht trotseren.

Op de laatste afdaling naar McLeod Ganj liepen we een Tibetaanse monnik in rood-geel gewaad tegemoet. Met rechter arm geheven en gebalde vuist riep hij: “Free Tibet!” Als een natuurlijke reflex schoot mijn arm omhoog en maakte hetzelfde gebaar. De mond ging open, maar de woorden kwamen er, tot mijn eigen verbazing, niet uit. De woorden die ik met zoveel moeite op het Plein van Hemelse Vrede in Beijing had weten binnen te houden.

Met benen als jelly-pudding dook ik het internetcafé in, waar je draadloos kon surfen onder het genot van een echte cappuccino. Ik beloofde mezelf plechtig nooit meer de Matterhorn te beklimmen.

“Did you see His Holiness?” vroeg Ram, bij terugkomst in het hotel. Dus dat was de opwinding die ik proefde in het internetcafé. De Dalai Lama was voorbij getrokken terwijl ik aan mijn slappe koffie zat te sibben. Ram keek beteuterd dat ik de kans gemist had. Hoe leg je een Indiër uit dat darshan (het zien van de God) voor mij geen betekenis meer heeft?

Vanaf het balkon van mijn penthouse keek ik die avond urenlang uit over de residentie van de God-noch-Koning. Met een gevoel van dankbaarheid en spierpijn.

Amritsar revisited

Leuke dingen moet je altijd twee keer doen. Dus opnieuw naar de grens met Pakistan om nogmaals van de bezopen sluitingsceremonie te genieten. Volgens Ram, de manager van het Grand Hotel, zou het niet al te moeilijk moeten zijn om als fotograaf (een buitengewoon gewaardeerd beroep in India) een plaats op de VIP tribune te bemachtigen. Hoopvol reisde ik af. Aan de grens werd snel duidelijk dat het die zaterdag aanzienlijk drukker was dan de vorige keer. De VIP plaatsen waren een uur voor aanvang al vergeven. Dan maar “loge” bij de buitenlanders: vooraan op straatniveau. Geen ideale positie maar beter dan de vorige keer. Ik concentreerde me dit keer vooral op de toeschouwers. Zoveel mensen, zoveel mooie gezichten.

Img_2545

Img_2599

Img_2766

Img_2942

En daarna nog even bij de Golden Temple binnen gewipt voor een klassiek plaatje van de blinkende weerspiegeling in de zwarte Vijver van Nectar. Ook hier de zaterdagavond massaal en druk. Desalniettemin een van mijn favoriete plekken. Het spirituele gezang op de achtergrond, de rust van de ommegang, mannen die zelfs in het donker een bad namen of gewoon op het marmer zaten te mediteren.

Img_2995